Lid worden!
Een introductie lidmaatschap van 10 vluchten is al mogelijk voor slechts 185,- euro
ZCR-bedrijfEen zweefvliegbedrijf met ZCR-materiaal wordt uitgevoerd onder leiding van een daartoe bevoegde instructeur. Vliegtuigen van de ZCR vliegen alleen mee met een zweefvliegbedrijf elders, indien ook dat bedrijf onder leiding staat van een bevoegd persoon. In geval van een gecombineerd vliegbedrijf, met meerdere instructeurs, heeft één instructeur de algehele leiding en verantwoording over het vliegbedrijf, de L.B.I. (Leiding Belast Instructeur -> KLu eis). Deze wordt bijvoorkeur middels het instructierooster aangewezen. Het combineren van de functies sleepvlieger en DDI (Dienst Doend Instructeur) is niet toegestaan. De DDI (LBI) vertegenwoordigt in het bedrijf het bestuur cq. de chefinstructeur van de ZCR tijdens het vliegbedrijf. Hij kan besluiten van hieronder genoemde en eventueel andere ZCR-afspraken af te wijken voor zover het zaken zijn die het vliegbedrijf onder zijn verantwoordelijkheid betreffen. ZCR vliegtuigen en GPLHet vliegen als gezagvoerder op vliegtuigen van de ZCR is alleen toegestaan aan houders van een bewijs van bevoegdheid afgegeven door de KNVvL of bewijs van bevoegdheid op basis van ICAO normen. Solo vliegende leerlingen doen dit op ZCR vliegtuigen in opdracht en onder toezicht van instructeurs die beschikken over de instructeurbevoegdheid afgegeven volgens bovenstaande lijnen. VliegtijdenBij een normaal bedrijf gelden de volgende vliegtijden:
Onder omstandigheden kunnen door de DDI of startleider andere afspraken gemaakt worden. Deze kunnen algemeen of per vlucht gemaakt worden.
KabelrijdenHet kabelrijden is toegestaan indien:>
LierenVoor het lieren is een opleiding ontwikkeld. De opleiding kan worden aangevangen:
LierseinenDe lierseinen zijn standaard van startplaats naar lier:
De seinen vanuit het vliegtuig zijn:
De seinen van de lier naar de startplaats:
Het afbreken van de startprocedure op de startplaats wordt aangekondigd met : "LICHT UIT" en eventueel " ONTKOPPELEN". (dus niet "afzwaaien"!!!)
Elementaire opleidingEen leerling krijgt zijn opleiding hoofdzakelijk op de ASK-21, een deel van de opleiding zal plaats vinden op de ASK-13(o.a. de oefeningen coördinatie/bochten/ vrille).
Voortgezette opleidingDe voortgezette opleiding tot het GPL begint na 20 solo starts en 5 les-/checkstarts op de ASK-21. Deze check starts zijn tevens de basis voor de overstap naar de ASK-23. De voortgezette opleiding bestaat uit het verwerven van een aantal vaardigheden, weergegeven in de zg. blokken. > De werkwijze daarbij is per blok:>
CheckvluchtVlucht in relevant type tweezitter met instructeur waarbij relevante bijzondere verrichtingen worden uitgevoerd (tolvlucht, slippen met kleppen, overtrek, wisselbochten, geimproviseerd circuit). Doel en soort checkstart in het logboek vermelden Na een afgekeurde checkstart dienen tenminste 10 vluchten te worden gemaakt voor een volgende checkstart. Dit geldt ook voor afgekeurde examenvluchten.
Praktisch examen GPLHet praktisch examen kan worden gedaan indien:
Voor het afleggen van het examen maakt men een afspraak met de examencoördinator van de ZCR, dit behoudens sleepaantekening examen.
Meenemen toestel
voor overland/safari/wedstrijd etc..
Rijden met DG en ASK 21 aanhanger
Regels voor het rijden met de DG en de Ask- 21 aanhanger. Mede gezien het vrij hoge gewicht, lengte en breedte van deze aanhangers.
OverlandvliegenVliegtechnisch:
Voor de eerste overland geldt in afwijking hiervan dat 3 recente doellandingen op type moeten worden gemaakt. Voor de eerste 5 overlands dient expliciete toestemming van de DDI worden verkregen. Organisatorisch:
5 uurs vlucht
Vliegtechnisch:
Organisatorisch:
Vanaf LS 4 en hoger geldt solostatus -> de eerste 10 starts op nieuw type steeds na toestemming instructeur. Goedkeuring chefinstructeur -> chefinstructeur of één van de mentoren.
Vanaf LS 4 en hoger geldt solostatus -> de eerste 10 starts op nieuw type steeds na toestemming instructeur.
OverlandbriefingDe overlandbriefing is een uitgebreide briefing over alle aspecten van het overlandvliegen. Naast de vliegtechnische zaken als weer(sveranderingen), navigatie, buitenlanden, hoogtemetercheck overlandstrategie worden zaken als voorbereiding, demontage en ophalen behandeld. Het bijwonen van de briefing is verplicht voor een eerste overland wordt gemaakt.
PassagiersvliegenPassagiersvliegen is vliegen met iemand die geen geldig zweefvliegbewijs heeft is toegestaan indien:
Gebruik van parachuteHet gebruik van een parachute wordt aanbevolen maar niet verplicht gesteld.
Vliegen ‘van achteruit’ en vluchten met 2 GPL-houders
Het vliegen als gezagvoerder van een ZCR-zweefvliegtuig vanaf de achterste zitplaats is alleen toegestaan aan instructeurs. Voor vluchten waarbij twee GPL-houders samen vliegen is de voorste vlieger (dus) de gezagvoerder. Waar het gaat om (vooraf als zodanig aangekondigde) instructie-, check- of andere vluchten waarbij een instructeur ‘in functie is’, is de instructeur gezagvoerder.
Passage, fly-by, oefening overlandcircuit, overvliegenToegestaan indien:
RadiogebruikIn het vliegbedrijf van de ZCR wordt op rugwindbeen de downwind call gedaan. Bijzondere circuits (straight in, linkerhand, laag aanknopen) worden gemeld. Er wordt vanaf de grond geen antwoord gegeven op deze verkeersmeldingen. Informaties, suggesties en waarschuwingen naar vliegtuigen die zich in het circuit bevinden worden slechts door de DDI gegeven.
AanwezigheidZCR leden die op een vliegdag gebruik maken van het bedrijf dienen een bijdrage te leveren aan het hetzij opstarten, hetzij het afbouwen van het vliegbedrijf. Om een bijdrage aan het opstarten te leveren dient men voor het uitruimen van de hangaar aanwezig te zijn; een bijdrage aan het afbouwen betekent aanwezigheid totdat de vloot in de hangaar is. Aankomst na het begin betekent een beperking in de startmogelijkheid naar het oordeel van startleider of DDI, veelal in de vorm van een kruis op de volgordelijst. Vertrek voor het einde afbouw bedrijf dient ruim vooraf aan de startleider/DDI gemeld te worden en kan dan leiden tot het verzoek tot opruimen van een deel van het bedrijf door betrokkene (bijvoorbeeld een kist demonteren en wegzetten)
StartvolgordeDeze wordt bepaald door de startvolgordelijst die door loting tot stand komt. De startleider en/of DDI kunnen daarvan afwijken. Er is een aparte DBO volgordelijst die bedoeld is om deze categorie leden extra starts te laten maken. Aan DBO- en solo-leerling vluchten kunnen door de DDI met name in de niet thermische periode prioriteit boven (verwachtbare) circuitvluchten van GPL-ers gegeven worden.
Vliegverbod/startverbodDe DDI kan te allen tijde een vliegverbod uitvaardigen indien hij daarvoor aanleiding ziet. Deze behoeft niet noodzakelijk van vliegtechnische aard te zijn. Een startverbod geldt in eerste instantie voor de dag. De DDI neemt direct contact op met de chef instructeur dan wel het bestuur(afhankelijk van de reden van het verbod) waarbij over het vervolg wordt gesproken. Een startverbod voor langere periode wordt alleen door chef-instructeur en/of bestuur uitgesproken.
Schade aan clubmateriaalOndanks het voorzichtig om gaan met clubmateriaal kan het voorkomen dat schade ontstaat. Algemeen geldt dat diegene die de schade veroorzaakt, al dan niet met diegene die op het moment verantwoordelijk is voor het beheer van het materiaal, zorg draagt voor de afhandeling van de schade. Verantwoordelijk voor het beheer van met materiaal is in het bijzonder bedoeld voor situaties waarbij clubmateriaal buiten het ZCR vliegbedrijf wordt gebruikt. Overlandvliegen wordt in die zin ook beschouwd als gebruik van materiaal buiten het ZCR bedrijf. De kosten van het herstellen van de schade worden door de club gedragen. De ZCR zorgt voor voldoende verzekeringen van het materiaal In het geval van grove nalatigheid kan het bestuur overwegen de schade (gedeeltelijk) op het clublid te verhalen voor zover deze niet verzekerd is. |
|