Afspraken vliegbedrijf

printprint

ZCR-bedrijf

Een zweefvliegbedrijf met ZCR-materiaal wordt uitgevoerd onder leiding van een daartoe bevoegde instructeur. Vliegtuigen van de ZCR vliegen alleen mee met een zweefvliegbedrijf elders, indien ook dat bedrijf onder leiding staat van een bevoegd persoon. In geval van een gecombineerd vliegbedrijf, met meerdere instructeurs, heeft één instructeur de algehele leiding en verantwoording over het vliegbedrijf, de L.B.I. (Leiding Belast Instructeur -> KLu eis). Deze wordt bijvoorkeur middels het instructierooster aangewezen. Het combineren van de functies sleepvlieger en DDI (Dienst Doend Instructeur) is niet toegestaan. De DDI (LBI) vertegenwoordigt in het bedrijf het bestuur cq. de chefinstructeur van de ZCR tijdens het vliegbedrijf. Hij kan besluiten van hieronder genoemde en eventueel andere ZCR-afspraken af te wijken voor zover het zaken zijn die het vliegbedrijf onder zijn verantwoordelijkheid betreffen.  

ZCR vliegtuigen en GPL

Het vliegen als gezagvoerder op vliegtuigen van de ZCR is alleen toegestaan aan houders van een bewijs van bevoegdheid afgegeven door de KNVvL of bewijs van bevoegdheid op basis van ICAO normen.

Solo vliegende leerlingen doen dit op ZCR vliegtuigen in opdracht en onder toezicht van instructeurs die beschikken over de instructeurbevoegdheid afgegeven volgens bovenstaande lijnen.

Vliegtijden

Bij een normaal bedrijf gelden de volgende vliegtijden:

  • leerlingen DBO en solo: 45 minuten

  • GPL-houders: 90 minuten

Onder omstandigheden kunnen door de DDI of startleider andere afspraken gemaakt worden. Deze kunnen algemeen of per vlucht gemaakt worden.

 

Kabelrijden

Het kabelrijden is toegestaan indien:>

  • minimale vliegervaring van 30 starts is opgebouwd.>
  • voldoende inzicht bedrijf is vastgesteld door de DDI.>
  • men is uitgechecked door een ervaren kabelrijder.>

Lieren

Voor het lieren is een opleiding ontwikkeld. De opleiding kan worden aangevangen:

  • na 30 solo starts vliegervaring

  • de leeftijd van 18 jaar is bereikt

  • ruime ervaring als kabelrijder is opgedaan

  • voldoende inzicht in het vliegbedrijf is vastgesteld (aantekening vluchtenboekje)

Lierseinen

De lierseinen zijn standaard van startplaats naar lier:

  • knipperen: (langzaam) straktrekken

  • vol licht: strak; inlieren

  • licht uit: niet lieren dan wel direct stoppen met lieren. Tijdens de start van het zweefvliegtuig wordt boven plm 100 meter het licht uitgedaan.

De seinen vanuit het vliegtuig zijn:

  • gieren (voeten geven): vliegsnelheid te hoog

  • bijdrukken: vliegsnelheid te laag

De seinen van de lier naar de startplaats:

  • vol licht: er is een probleem op de lier.

  • knipperend licht: er is hulp van de startplaats op de lier nodig

  • licht uit: er kan(weer) gelierd worden

Het afbreken van de startprocedure op de startplaats wordt aangekondigd met : "LICHT UIT" en eventueel " ONTKOPPELEN".  (dus niet "afzwaaien"!!!)

 

 

Elementaire opleiding

Een leerling krijgt zijn opleiding hoofdzakelijk op de ASK-21, een deel van de opleiding zal plaats vinden op de ASK-13(o.a. de oefeningen coördinatie/bochten/ vrille).
De eerste solo vluchten worden bij voorkeur gemaakt op de ASK-23, eventueel op de ASK-21.

 

 

Voortgezette opleiding

De voortgezette opleiding tot het GPL begint na 20 solo starts en 5 les-/checkstarts op de ASK-21. Deze check starts zijn tevens de basis voor de overstap naar de ASK-23. De voortgezette opleiding bestaat uit het verwerven van een aantal vaardigheden, weergegeven in de zg. blokken. > De werkwijze daarbij is per blok:>

  • DBO-demonstratie en oefening, blijkend uit aftekening ‘mag solo’

  • solo-oefeningen

  • checkvlucht met instructeur ter vaststelling niveau van de uitvoering, blijkend uit aftekening ‘GPL-niveau’

Checkvlucht

Vlucht in relevant type tweezitter met instructeur waarbij relevante bijzondere verrichtingen worden uitgevoerd (tolvlucht, slippen met kleppen, overtrek, wisselbochten, geimproviseerd circuit). Doel en soort checkstart in het logboek vermelden Na een afgekeurde checkstart dienen tenminste 10 vluchten te worden gemaakt voor een volgende checkstart. Dit geldt ook voor afgekeurde examenvluchten.

 

Praktisch examen GPL

Het praktisch examen kan worden gedaan indien:

  • minimale zweefvliegervaring van 150 starts

  • alle blokken van de voortgezette opleiding zijn afgetekend voor GPL-niveau

Voor het afleggen van het examen maakt men een afspraak met de examencoördinator van de ZCR, dit behoudens sleepaantekening examen.

 

 

Meenemen toestel

 

voor overland/safari/wedstrijd etc..

  • uitsluitend met toestemming bestuur, aan te vragen voor 1 maart
    ad hoc aanvragen via commissaris vliegend materieel.

  • voldoen aan de type- en overlandeisen.

  • kist en aanhanger moeten schoon worden opgeleverd, en mogelijke mankementen per ommegaande worden hersteld (c.q.melden aan commissaris vliegend materieel).

  • rijden met clubaanhangers is in principe alleen toegestaan aan clubleden, met minimaal 1 jaar rijervaring en éénmalige toestemming van de commissaris rollend materieel. Er dient voldaan te
    worden aan de wettelijke eisen t.a.v. het rijden met een aanhanger.
     

Rijden met DG en ASK 21 aanhanger

 

Regels voor het rijden met de DG en de Ask- 21 aanhanger. Mede gezien het vrij hoge gewicht, lengte en breedte van deze aanhangers.

  • bestuurder moet lid zijn van ZCR ivm verzekering.
  • bestuurder moet minimaal 1 jaar zijn/haar rijbewijs hebben en beschikken over een geldig B rijbewijs.
  • het trekkende voertuig moet geschikt bevonden zijn voor het trekken van de aanhanger van minimaal 1300kg (DG) respectievelijk 1200 kg(ASK-12) hetgeen op het kentekenbewijs van de auto vermeld is en een goedgekeurde trekhaak hebben.
  • tevoren dient toestemming aan het bestuur gevraagd te worden om met deze aanhanger de openbare weg op te gaan.
  • briefing door iemand die al eens met deze aanhanger op de weg is geweest.
  • in geval van schade door het niet naleven van deze al dan niet wettelijke regels zal de schade verhaald worden.

Overlandvliegen

Vliegtechnisch:

  • in bezit GPL (in het bedrijf van ZCR wordt solisten geen overlandopdracht gegeven)

  • voldoen aan type eisen en voldoende recente ervaring op type

  • een doellanding op type in het betreffende seizoen

Voor de eerste overland geldt in afwijking hiervan dat 3 recente doellandingen op type moeten worden gemaakt. Voor de eerste 5 overlands dient expliciete toestemming van de DDI worden verkregen.

Organisatorisch:

  • de vlieger dient voor aanvang vliegbedrijf de plannen aan de DDI te hebben gemeld

  • er mogen max. 3 lokale pogingen van max. 45 minuten worden gemaakt.

  • de vlieger zorgt voor de juiste en schone aflevering van het vliegtuig na gebruik

 

5 uurs vlucht

 

Vliegtechnisch:

  • niet eerder een vijf uurs vlucht werd gemaakt

  • een poging naar het oordeel van de instructeur realistisch is

  • de solist naar het oordeel van de instructeur toe is aan een dergelijke lange vlucht

 Organisatorisch:

  • de vlieger dient voor aanvang vliegbedrijf de plannen aan de DDI te hebben gemeld

  • er mogen max. 3 lokale pogingen van max. 45 minuten worden gemaakt.

  • de vlieger zorgt voor de juiste en schone aflevering van het vliegtuig na gebruik

  • na een 5-uurs vlucht vliegt men in principe niet meer.

 

 

Minimum eisen ZCR-leden

 

Type/soort

Lokaal vliegen

Overland vliegen

ASK 13

75 solostarts, goedkeuring chefinstructeur

GPL, 200 solostarts, 20 typestarts, 3 ASK-23 overlands, goedkeuring chefinstructeur

ASK-23

eerste fase solo-opleiding, toestemming van instructeur

GPL, overlandbriefing, toestemming chefinstructeur, 20 typestarts

ASK-21

eerste fase solo-opleiding, toestemming instructeur

GPL, goedkeuring chefinstructeur

GPL, 3 x LS-4 overland, goedkeuring chefinstructeur

LS-4

GPL, 2 checkstarts, goedkeuring chefinstructeur

GPL, 3 overlands op ASK-23, waarvan minimaal 1 > 100 km, 20 typestarts, goedkeuring chefinstructeur

Discus

GPL, 15 LS-4 starts, 2 checkstarts, goedkeuring chefinstructeur

GPL, tenminste 20 typestarts, tenminste 2 LS-4 overlands, goedkeuring chefinstructeur

LS-6

GPL, tenminste 10 Discus starts, 1 checkstart, goedkeuring chefinstructeur

GPL, 3 overlands LS-4 of Discus, 20 typestarts, goedkeuring chefinstructeur

LS-6 18 meter

GPL, > 5 lokale starts LS-6, toestemming DDI v.w.b. omstandigheden en terrein

3 starts lokale ervaring 18 meter

DG-505

Conform de ls6

 

Vanaf LS 4 en hoger geldt solostatus -> de eerste 10 starts op nieuw type steeds na toestemming instructeur.

Goedkeuring chefinstructeur -> chefinstructeur of één van de mentoren.

 

Minimum eisen ZCD-leden

Type/soort

Lokaal vliegen

Overland vliegen

ASK 13

75 solostarts, goedkeuring chefinstructeur

GPL, 200 solostarts, 20 typestarts, 3 ASK-23/Junior overlands, goedkeuring chefinstructeur

ASK-23

eerste fase solo-opleiding, toestemming van instructeur

GPL, overlandbriefing, toestemming chefinstructeur, 20 typestarts

Junior

15 ASK-23 starts, toestemming instructeur

GPL, overlandbriefing, goedkeuring chefinstructeur, 20 typestarts

ASK-21

GPL, goedkeuring chefinstructeur

GPL, 3 x LS-4 overland, goedkeuring chefinstructeur

LS-4

GPL, 200 solostarts, tenminste 50 Junior starts, 2 checkstarts, goedkeuring chefinstructeur

GPL, 3 overlands op ASK-23 of Junior, waarvan minimaal 1 > 100 km, 20 typestarts, goedkeuring chefinstructeur

ASW 19

GPL, 15 LS-4 starts, 2 checkstarts, goedkeuring chefinstructeur

GPL, tenminste 20 typestarts, tenminste 2 LS-4 overlands, goedkeuring chefinstructeur

Duo Discus

GPL, tenminste 10 LS-4 of ASK-19 starts, 2 checkstarts, na 10 solostarts weer een checkstart, goedkeuring chefinstructeur

20 typestarts, 3 overlands op LS-6, goedkeuring chefinstructeur

LS-6

GPL, na volledige autorisatie Duo Discus, goedkeuring chefinstructeur

GPL, 3 overlands LS-4 of ASW-19, 20 typestarts, goedkeuring chefinstructeur

Vanaf LS 4 en hoger geldt solostatus -> de eerste 10 starts op nieuw type steeds na toestemming instructeur.

 

Overlandbriefing

De overlandbriefing is een uitgebreide briefing over alle aspecten van het overlandvliegen. Naast de vliegtechnische zaken als weer(sveranderingen), navigatie, buitenlanden, hoogtemetercheck overlandstrategie worden zaken als voorbereiding, demontage en ophalen behandeld. Het bijwonen van de briefing is verplicht voor een eerste overland wordt gemaakt.

 

Passagiersvliegen

Passagiersvliegen is vliegen met iemand die geen geldig zweefvliegbewijs heeft is toegestaan indien:

  • vlieger in bezit is van geldig GPL

  • 18 jaar of ouder

  • passagierscheck is gemaakt (afgetekend)

 

Gebruik van parachute

Het gebruik van een parachute wordt aanbevolen maar niet verplicht gesteld.

 

 

Vliegen  ‘van achteruit’ en vluchten met 2 GPL-houders

 

Het vliegen als gezagvoerder van een ZCR-zweefvliegtuig vanaf de achterste zitplaats is alleen toegestaan aan instructeurs.

Voor vluchten waarbij twee GPL-houders samen vliegen is de voorste vlieger (dus) de gezagvoerder. Waar het gaat om (vooraf als zodanig aangekondigde) instructie-, check- of andere vluchten waarbij een instructeur ‘in functie is’, is de instructeur gezagvoerder.

 

Passage, fly-by, oefening overlandcircuit, overvliegen

Toegestaan indien:

  • voor de vlucht toestemming van de DDI met vermelding van de te vliegen route

  • afstemming met de startleider

  • controle van de verkeerssituatie en melding per radio kort voor de uitvoering

  • passage niet lager dan 50 meter

  • overvliegen slechts op de aangegeven landingsplaatsen

Radiogebruik

In het vliegbedrijf van de ZCR wordt op rugwindbeen de downwind call gedaan. Bijzondere circuits (straight in, linkerhand, laag aanknopen) worden gemeld. Er wordt vanaf de grond geen antwoord gegeven op deze verkeersmeldingen.

Informaties, suggesties en waarschuwingen naar vliegtuigen die zich in het circuit bevinden worden slechts door de DDI gegeven.

 

Aanwezigheid

ZCR leden die op een vliegdag gebruik maken van het bedrijf dienen een bijdrage te leveren aan het hetzij opstarten, hetzij het afbouwen van het vliegbedrijf. Om een bijdrage aan het opstarten te leveren dient men voor het uitruimen van de hangaar aanwezig te zijn; een bijdrage aan het afbouwen betekent aanwezigheid totdat de vloot in de hangaar is.

Aankomst na het begin betekent een beperking in de startmogelijkheid naar het oordeel van startleider of DDI, veelal in de vorm van een kruis op de volgordelijst.

Vertrek voor het einde afbouw bedrijf dient ruim vooraf aan de startleider/DDI gemeld te worden en kan dan leiden tot het verzoek tot opruimen van een deel van het bedrijf door betrokkene (bijvoorbeeld een kist demonteren en wegzetten)

 

Startvolgorde

Deze wordt bepaald door de startvolgordelijst die door loting tot stand komt. De startleider en/of DDI kunnen daarvan afwijken. Er is een aparte DBO volgordelijst die bedoeld is om deze categorie leden extra starts te laten maken.

Aan DBO- en solo-leerling vluchten kunnen door de DDI met name in de niet thermische periode prioriteit boven (verwachtbare) circuitvluchten van GPL-ers gegeven worden.

 

Vliegverbod/startverbod

De DDI kan te allen tijde een vliegverbod uitvaardigen indien hij daarvoor aanleiding ziet. Deze behoeft niet noodzakelijk van vliegtechnische aard te zijn. Een startverbod geldt in eerste instantie voor de dag. De DDI neemt direct contact op met de chef instructeur dan wel het bestuur(afhankelijk van de reden van het verbod) waarbij over het vervolg wordt gesproken. Een startverbod voor langere periode wordt alleen door chef-instructeur en/of bestuur uitgesproken.

 

Schade aan clubmateriaal

Ondanks het voorzichtig om gaan met clubmateriaal kan het voorkomen dat schade ontstaat. Algemeen geldt dat diegene die de schade veroorzaakt, al dan niet met diegene die op het moment verantwoordelijk is voor het beheer van het materiaal, zorg draagt voor de afhandeling van de schade. Verantwoordelijk voor het beheer van met materiaal is in het bijzonder bedoeld voor situaties waarbij clubmateriaal buiten het ZCR vliegbedrijf wordt gebruikt. Overlandvliegen wordt in die zin ook beschouwd als gebruik van materiaal buiten het ZCR bedrijf.

De kosten van het herstellen van de schade worden door de club gedragen. De ZCR zorgt voor voldoende verzekeringen van het materiaal In het geval van grove nalatigheid kan het bestuur overwegen de schade (gedeeltelijk) op het clublid te verhalen voor zover deze niet verzekerd is. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fly-by filmpje