Historie Deelen

Als men vandaag de dag op het Militair luchtvaart terrein Deelen loopt dan ziet men veel infrastructuur die herinnert aan een bevlogen tijd.

In 1910 kwam de Arnhemse bevolking voor de eerste keer met de luchtvaart in aanraking. Dit was een heuse vliegdemonstratie welke in die tijd veel werden gehouden om de bevolking te laten kennis maken met de vliegerij. Die kennismaking werd overschaduwd door een dodelijk ongeval. De vermaarde vlieger Clement van Maasdijk stortte tijdens een oefenvlucht neer op de vlieghei bij de Doesburgerheide.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Nederland neutraal. Om deze neutrale status te handhaven diende de LVA (vliegafdeling van de Koninklijke Landmacht, de huidige Luchtmacht) langs de landsgrenzen te patrouilleren. Om de totale grens te kunnen patrouilleren stichtte men naast het reeds bestaande landingsterrein Soesterberg bij Utrecht, nog vier andere velden. Vliegveld Deelen was hier een van. Het vliegveld werd gesitueerd ten westen van de reeds bestaande schietbanen. De infrastructuur was in deze begindagen beperkt tot enkele tenten voor personeel en vliegtuigen. Er werd gevlogen met de Henri Farman F.20 waarvan de LVA er negen had.

Na de oorlog werden er plannen gemaakt om van Deelen een modern en groot vliegveld te maken. Deze plannen kwamen niet van de grond omdat er te weinig financiële middelen waren. Ook de gemeente Arnhem, eigenaar van de grond, was sceptisch, omdat de luchtvaart veel risico’s met zich mee bracht. De Deelense vlieghei werd echter wel steeds meer gebruikt voor rondvluchten. In de periode 1928 – 1934 organiseerde de KLM regelmatig rondvluchten om zo de luchtvaart te promoten. Ook vonden er steeds meer vliegdemonstraties plaats.

In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog had Nederland zich niet herbewapend en was daarom niet echt voorbereid op een oorlog. De LVA beschikte over slechts 4 vliegvelden en had ook maar weinig vliegtuigen. Vlieghei Deelen was in deze tijd geen militair veld meer. De vlieghei werd voor de Duitse inval onklaar gemaakt zodat de Duitsers er geen gebruik van kon maken.

De Duitsers hadden grote plannen met Nederland in de strijd tegen Engeland. Nederland moest het ‘Vorfeld’ worden. Vanuit Nederland zouden de Duitse vliegtuigen richting Engeland vertrekken voor het uitvoeren van bombardementen.

Direct na de capitulatie op 14 mei 1940 begonnen de Duitsers met de aanleg van een groot vliegveld op het grondgebied van zowel Ede als Arnhem. Het terrein werd afhandig gemaakt van de stichting ‘Park de Hoge Veluwe’. Vele Nederlandse arbeiders werkten in opdracht van de Duitse bezetter aan ‘Fliegerhorst Deelen’.

Al snel verrezen er hangars en dienstgebouwen, meestal in een soort ‘Heimat’ stijl, waardoor ze veel weg hadden van boerderijen. Ook werden op muren ramen geschilderd om zo deze illusie te versterken. De muren van deze gebouwen waren ruim een halve meter dik en de vensterluiken waren van 2 cm dik plaatstaal. De gebouwen werden gegroepeerd in zogenaamde buurtschappen. Ook werden er startbanen aangelegd in de typisch Duitse A-figuratie met daaromheen taxibanen. Het terrein werd met een directe spoorverbinding naar Wolfheze aangesloten op het Nationale spoorwegnet. Dit ‘bommenlijntje’, zoals deze lijn werd genoemd, fungeerde als aanvoerlijn van bouwmaterialen in de eerste maanden, maar later voornamelijk voor de toevoer van munitie e.d;

In 1944 werden er zelfs V-1’s vanuit Nordhorn over deze lijn naar de opslag op Deelen vervoerd. In 1942 was Fliegerhorst Deelen zo goed als klaar en werden er verschillende Jachtgeschwader gestationeerd. Deelen fungeerde vanaf dat moment als verbindingscentrum tussen alle Duitse vliegvelden en grondstations en was daarom een belangrijk doelwit. Om de geallieerden op een dwaalspoor te brengen legden de Duitsers een ‘schijnvliegveld’ aan bij de Harskamp.

De Engelsen begonnen al snel na het uitbreken van de oorlog met het uitvoeren van bombardementen op Duitse stellingen. Deze aanvallen werden overdag uitgevoerd door trage bommenwerpers, hierdoor waren ze een makkelijke prooi voor de Duitse dagjagers. Hierop besloten de Engelsen om de bombardementen ‘s nachts uit te voeren. De bemanningen hadden hiermee echter weinig ervaring en de kisten waren ook niet uitgerust met de juiste apparatuur waardoor het resultaat uitbleef. Maar de geallieerde bemanningsleden kregen de techniek en nieuwe apparatuur al snel onder de knie. De geallieerden brachten de Duitsers nu bij nacht grote verliezen toe. De Luftwaffe zou spoedig daarna overstappen op het nachtjachtwapen, dat op dat moment volop in ontwikkeling was. Fliegerhorst Deelen zou hierbij een zeer belangrijke rol gaan spelen.

Nabij Deelen werd in 1943 een gevechtsleidingscentrum gebouwd, dat als codenaam ‘Diogenes’ kreeg. Hier kwamen alle verbindingen bijeen van de Duitse vliegvelden en grondpeilstations van de Luftwaffe in het gebied van de nachtdivisie. Ook was er een directe verbinding met het hoofdkwartier van de Luftwaffe in Berlijn. Reichsmarschall Hermann Goring opende in 1943 deze bunker. De muren waren 3 tot 4 meter dik. In de bunker bevonden zich 150 vertrekken met als centraal vertrek het zenuwcentrum van Diogenes. Hier werden de posities van de eigen vliegtuigen en vijandelijke vliegtuigen bijgehouden.

Op 17 en 18 september 1944 landden ruim 10.000 geallieerde militairen in de omgeving van Arnhem, Operatie Market Garden. Deze operatie zorgde ervoor dat de Duitsers op en rond Deelen moesten capituleren. Voorafgaande aan Market Garden voerden de geallieerden intensieve bombardementen uit op Fliegerhorst Deelen. Hierbij werden de banen en vliegtuigen onklaargemaakt.

 

Vliegbasis Deelen na de bezetting

Direct na de bevrijding werd Deelen gebruikt als DEMOB VEHICLE PARK. De Canadezen lieten meer dan 30.000 trucks, pantservoertuigen, carriers en andere voertuigen achter. Deze zouden een herbestemming krijgen bij de Landmacht in Nederlands Indie. Om diefstal te voorkomen werd 150 man politie ingezet en werd het terrein afgezet met een driedubbel stroomdraad waarop 25.000 Volt stond. Het laatste voertuig werd in oktober 1947 afgevoerd. Ook werden er bouwmaterialen opgeslagen welke tijdens de wederopbouw werden gebruikt voor het bouwen van woningen. Eind 1946 kwam het vliegveld in handen van het Bureau Aanleg, Beheer en Onderhoud van Vliegvelden (BABOV). De BABOV liet Deelen provisorisch opknappen zodat begin 1947 er voornamelijk technische opleidingen van start konden gaan.
Inmiddels waren er ook heropvoedingskampen gehuisvest voor jonge Nederlandse SS’ers.

In 1951 werd besloten om Deelen in te richten als militair vliegbasis. Dit hield in dat de aanwezige infrastructuur aangepast diende te worden. De bestaande noord-zuidbaan werd van 1.260 m verlengd tot 2.240 m en parallel aan deze baan werd een nieuwe, 22,5 m brede rolbaan aangelegd. De twee andere banen van de voormalige Duitse A-configuratie bleven bestaan, maar verloren wel hun functie. In november van datzelfde jaar kwamen de eerste vliegtuigen van de Groep Lichte Vliegtuigen. In 1955 kwam de eerste helicopter bij dit squadron, de Hiller 23B-raven. In 1956 werd naast het reeds bestaande 298 squadron het 299 squadron op Deelen opgericht. Dit squadron opereerde met de Piper Super Cup en de Hiller 23B. Al een jaar later verhuisden de twee eenheden naar Ypenburg bij Den Haag in verband met de verhuizing van het 306 squadron van Laarbruch naar Deelen. Dit onderdeel was uitgerust met Thunderflash fotoverkenners. Dit onderdeel zou tot 1963 in Deelen blijven en daarna verhuizen naar vliegbasis Twente. De GLPV kwam terug naar Deelen. De GLPV werd voorzien van nieuwe helikopters, namelijk de Alouette. Het 298 squadron zou spoedig weer naar Soesterberg verhuizen om plaats te maken voor het 300 squadron dat de vliegeropleidingen zou gaan verzorgen.

Het op Deelen gestationeerde helikopter demo-team “The Grasshoppers” was tussen 1973 en 1995 een graag geziene gast op binnen- en buitenlandse shows. In 1995 werd dit Demoteam ontbonden vanwege bezuinigingen.
In 1976 werd de vliegbasis omgetoverd tot geallieerd vliegveld tijdens de Tweede Wereldoorlog ten behoeve van de film “A bridge too far”. Het werd een kaskraker van jewelste.

In februari van 1992 staken vredesactivisten twee Bolkow-helikopters in brand en beschadigden er zes. De totale schade werd geraamd op tien miljoen gulden.

Na de sluiting van de Vlb. Soesterberg op 1 januari 2009 werd de status van MLT weer gewijzigd in Vliegbasis Deelen en valt de basis nu onder commando van het Defensie Helikopter Commando gevestigd op de Vliegbasis Gilze-Rijen. Deelen is weer beschikbaar als vliegbasis en dit houdt in dat het veld periodiek wordt gebruikt met een kernbezetting van de verkeersleiding, brandweer en MGD. Tevens is er een permanent detachement, hoofdzakelijk bewaking, aanwezig. De uren van openstelling (oefenen van DHC en 11 Luchtmobiele Brigade AASLT) zijn vaak 's avonds en worden via de lokale media bekend gesteld.