Zonder motor?

Hoe kan het dat een zweefvliegtuig vliegt zonder motor? 

Thermiek is de belangrijkste bron van energie voor het zweefvliegen. De zon verwarmt de aarde en de lucht daar net boven. Warme lucht stijgt op en de truc van de zweefvlieger is om daar gebruik van te maken. Door rondjes te draaien waar een thermiekbel zit ga je mee omhoog. Als je hoog genoeg bent gekomen ga je op zoek naar de volgende thermiek en zo kun je lange afstanden overbruggen. Zweefvliegen beleef je optimaal wanneer de blauwe hemel voor de helft bedekt is met de bekende witte mooi-weer wolken (bloemkoolwolken).

 

In Nederland moeten we het van de thermiek hebben. In landen waar bergen zijn komt naast de thermiek ook hellingstijgwind en golfstijgwind voor. Als het waait wordt de lucht bij de berg omhoog gestuwd en daar kun je als zweefvlieger gebruik van maken om omhoog te komen. Als je langs een lange helling vliegt hoef je soms niet eens te cirkelen.

Thermiek of wind langs de bergen, het vinden van de stijgwind is de uitdaging die zweefvliegen leuk maakt. Lukt het niet meer, hebben we ons vergokt, dan landen we desnoods bij een boer.

 

 

Helemaal zonder motor gaat het niet: het zweefvliegtuig moet eerst in de lucht worden gebracht. Dat doen we met een lier en een lange kabel of met een sleepvliegtuig. Maar eenmaal op hoogte is de zweefvlieger op het vinden van de thermiek aangewezen.